Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de inleidende dagvaarding van 28 september 2023, met producties 1 tot en met 8;
- het door deze rechtbank tussen partijen onder zaak- en rolnummer C/10/666712 /
- de conclusie van antwoord in reconventie van de vrouw;
- de oproepingsbrief van de rechtbank van 16 september 2024;
- de mondelinge behandeling gehouden op 14 januari 2025;
- de spreekaantekeningen van mr. C.S. Ganga.
2.De feiten
(….)
3.Het geschil
De oorspronkelijke vordering
a. de woning wordt verkocht;
veroordeelt gedaagde tot vergoeding van € 10.675.83 uit hoofde van een
- de koopovereenkomst – voor een woning als deze - gebruikelijke condities bevat:
4.De beoordeling
De ontvankelijkheid van het verzet
€ 2.117,01 = € 1.058,51) die hij verschuldigd was, heeft voldaan via de notariële afrekening. Verder betwist de man de kosten terzake de eenmalige gemeentelijke heffingen. De vrouw heeft die kosten niet onderbouwd. Daarom is niet duidelijk geworden of dit gebruikerslasten zijn in plaats van eigenaarslasten. Volgens de man bedraagt de regresvordering van de vrouw in ieder geval niet meer dan € 7.173,49.
- hypotheek mei 2022 – juli 2023: € 20.771,70 (15 maanden x € 1.384,78)
- hypotheek augustus 2023 – 19 april 2024: € 11.418,61 (8,63 maanden x € 1.323,13)
- opstalverzekering OHRA: € 861,07 (23,63 maanden x € 36,44)
- levensverzekering: € 701,10 (23,63 maanden x € 29,67)
- cv-onderhoud € 261,74
- gemeentelijke heffingen € 1.447,74 +/+
€ 7.185,00.