ECLI:NL:RBROT:2025:4319
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens termijnoverschrijding Tozo-uitkering
Eiser had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam om zijn Tozo 3-uitkering over de periode oktober 2020 tot maart 2021 in te trekken en terug te vorderen. Het college had dit bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaarperiode.
De rechtbank beoordeelde of het college aannemelijk had gemaakt dat het primaire besluit van 20 augustus 2021 op de juiste wijze en tijdig was verzonden. Het college kon geen registratie of bewijs overleggen van daadwerkelijke verzending naar het adres van eiser. Er waren ook geen contra-indicaties dat eiser het besluit eerder had ontvangen.
De rechtbank oordeelde dat de verzending niet aannemelijk was geworden, waardoor de bezwaarperiode niet was gestart op 21 augustus 2021. Het bezwaar van 16 februari 2024 was daarom tijdig ingediend. Het college had het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat het college binnen zes weken een nieuw inhoudelijk besluit op het bezwaar moet nemen. Tevens werd het betaalde griffierecht van €51,- aan eiser vergoed. Er waren geen proceskosten vastgesteld.
De uitspraak werd gedaan door rechter H. Bedee op 11 april 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit dat het bezwaar niet-ontvankelijk was, wordt vernietigd.