Eiser vordert in kort geding de afgifte van zijn personeelsdossier, stellende dat hij van 1 juli 2022 tot 1 februari 2023 bij gedaagde in dienst was zonder arbeidsovereenkomst of loonstroken te hebben ontvangen.
De dagvaarding is echter niet correct betekend aan gedaagde. Gedaagde is gevestigd in de Verenigde Staten, maar de deurwaarder heeft geprobeerd de dagvaarding uit te reiken aan een adres in Hoogvliet dat niet als vestiging van gedaagde is ingeschreven. De deurwaarder trof een persoon aan die weigerde de dagvaarding aan te nemen, waarna de dagvaarding per e-mail werd verzonden. Dit is niet rechtsgeldig.
Hoewel een schriftelijke reactie van gedaagde is ontvangen, wordt dit niet als verschijnen in kort geding beschouwd. Daarom wordt eiser niet-ontvankelijk verklaard. De proceskosten worden aan eiser opgelegd, maar begroot op nihil ten gunste van gedaagde.