De vrouw heeft bij de rechtbank een verzoek ingediend tot vaststelling van het vaderschap van de man over hun minderjarige kind, geboren in 2020. De man heeft niet meegewerkt aan het door de rechtbank gelaste DNA-onderzoek, ondanks herhaalde uitnodigingen en een aan hem verbonden dwangsom.
De rechtbank oordeelt dat de man voldoende gelegenheid heeft gehad om mee te werken, maar bewust heeft afgezien van deelname, zonder verweer te voeren. De vrouw verklaarde dat zij geen andere seksuele partners had in de conceptieperiode, hetgeen niet door de man is weersproken.
Op grond hiervan stelt de rechtbank vast dat de man de biologische vader is van het kind. Tevens veroordeelt de rechtbank de man tot betaling van de kosten van het deskundigenonderzoek van €120, terwijl de overige proceskosten worden gecompenseerd. De bijzondere curator wordt ontslagen, tenzij hoger beroep wordt ingesteld.