De vrouw en man zijn uit elkaar gegaan en hebben twee minderjarige kinderen samen. Zij oefenden gezamenlijk het ouderlijk gezag uit en woonden in een gemeenschappelijke woning. De birdnestingregeling waarbij zij om de week in de woning verbleven, bleek niet langer houdbaar door spanningen.
De vrouw vorderde onder meer dat de man de woning zou verlaten en dat zij het uitsluitend gebruik zou krijgen, alsmede een zorgregeling en kinderbijdrage. De man vorderde het uitsluitend gebruik van de woning, voorlopige toevertrouwing van de kinderen, inschrijving van de kinderen op zijn adres, en het beheer van identiteitsbewijzen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het uitsluitend gebruik van de woning aan de man wordt toegewezen vanwege praktische redenen en het belang van de kinderen bij co-ouderschap. De vorderingen tot voorlopige toevertrouwing, inschrijving in de BRP, vakantie- en feestdagenregeling, onderhoudsbijdrage, en beheer identiteitsbewijzen werden afgewezen wegens ontbreken van spoedeisendheid of belang. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de proceskosten worden door partijen zelf gedragen.