In deze zaak vordert de man, die in detentie verblijft, nakoming van een omgangsregeling met zijn minderjarige kind, vastgesteld bij vonnis van 1 februari 2024. De vrouw, die de omgangsregeling niet naleeft en niet verschijnt in de procedure, wordt veroordeeld tot nakoming van de regeling waarbij het contact plaatsvindt in de penitentiaire inrichting Rotterdam locatie de Schie om de week op zaterdag.
De rechtbank oordeelt dat er sprake is van spoedeisend belang omdat de man sinds oktober 2024 geen contact meer heeft gehad met de minderjarige en hij vanwege zijn detentie geen andere mogelijkheid heeft om contact te onderhouden. De vrouw wordt veroordeeld tot betaling van een dwangsom van €250 per dag dat zij niet nakomt, met een maximum van €10.000.
De proceskosten worden gecompenseerd vanwege de relatie tussen partijen, waarbij iedere partij de eigen kosten draagt. Het vonnis is verstek gewezen tegen de niet verschenen vrouw en is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.