ECLI:NL:RBROT:2025:517
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fictieve einddatum dienstverband bij betalingsonmacht werkgever WW-uitkering
Eiser was in dienst bij een werkgever die failliet werd verklaard op 25 juli 2023. Het UWV nam de betalingsverplichtingen van de werkgever over en stelde een fictieve einddatum van het dienstverband vast op 30 december 2022, omdat er geen formele opzegging had plaatsgevonden.
Eiser voerde aan dat hij alleen tot 30 april 2022 werkzaamheden had verricht en dat gemaakte kosten buiten de loonovernameperiode vielen, waardoor deze niet werden vergoed. De rechtbank oordeelde dat het UWV bevoegd was de fictieve einddatum vast te stellen op basis van objectieve maatstaven en dat de gekozen datum terecht was vastgesteld, mede omdat de bedrijfsactiviteiten in december 2022 werden beëindigd.
De rechtbank wees het beroep af omdat eiser geen concrete alternatieve datum had gemotiveerd en de periode van 20 januari tot 30 april 2022 buiten de vergoeding viel volgens de WW. Tevens werd opgemerkt dat eiser voordeel had gehad van de fictieve einddatum in de vorm van uitgekeerd vakantiegeld.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees terugbetaling van griffierecht en proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep tegen het UWV-besluit tot vaststelling van de fictieve einddatum van het dienstverband wordt ongegrond verklaard.