ECLI:NL:CRVB:2010:BK9623
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten UWV over opzegdatum en betalingsonmacht werkgever
Appellanten, werkzaam als monteurs bij een werkgever die betalingsonmacht vertoonde, vroegen het UWV om overname van betalingsverplichtingen op grond van de Werkloosheidswet (WW). Het UWV stelde de opzegdatum van de dienstverbanden vast op 4 september 2007, terwijl de curator de arbeidsovereenkomsten op 30 november 2007 opzegde.
Het UWV wees de bezwaren van appellanten af en motiveerde dat de datum van 4 september 2007 redelijkerwijs als opzegdatum kon worden beschouwd, omdat toen al sprake was van blijvende betalingsonmacht. De rechtbank bevestigde dit oordeel en verklaarde de beroepen ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat het UWV onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de opzegging door de curator op 30 november 2007 onredelijk laat zou zijn. Er zijn onvoldoende aanwijzingen dat de arbeidsovereenkomsten later dan redelijkerwijs mogelijk zijn opgezegd. De rechtbank heeft dit niet onderkend, waardoor de bestreden uitspraken worden vernietigd.
De Raad verklaart de beroepen gegrond, vernietigt de besluiten van het UWV en beveelt dat het UWV nieuwe besluiten neemt waarbij ook de kosten van bezwaar en wettelijke rente worden betrokken. Daarnaast wordt het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellanten.
Uitkomst: De bestreden besluiten van het UWV worden vernietigd en het UWV wordt opgedragen nieuwe besluiten te nemen.