ECLI:NL:RBROT:2025:5212

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
28 april 2025
Publicatiedatum
29 april 2025
Zaaknummer
11248812 \ MB VERZ 24-1558
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 79 RVV 1990Art. 2 WAHVArt. 13a WAHVArt. 14 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging verkeersboete niet stoppen voor rood licht naar niet stoppen voor stopstreep

Betrokkene kreeg een sanctie opgelegd voor het niet stoppen voor rood licht bij een driekleurig verkeerslicht te Dordrecht op 2 oktober 2023. Betrokkene betwistte de gedraging en stelde dat uit de flitsfoto’s niet kon worden vastgesteld dat het rode licht werd overtreden. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter.

De rechtbank oordeelde dat uit de foto’s niet met voldoende zekerheid kon worden vastgesteld dat het rode licht werd overtreden, omdat niet duidelijk was of het verkeerslicht mogelijk al op groen stond toen betrokkene het kruispunt passeerde. Wel kon worden vastgesteld dat betrokkene de stopstreep bij rood licht was gepasseerd. Daarom wijzigde de rechtbank de feitcode van R602 (niet stoppen voor rood licht) naar R620 (niet stoppen voor stopstreep), met een lager sanctiebedrag.

Daarnaast kende de rechtbank een proceskostenvergoeding toe aan betrokkene, omdat de procedurekosten voor rechtsbijstand door een derde in dit geval vergoedbaar zijn. De vergoeding werd vastgesteld op €1.230,50 vermeerderd met wettelijke rente. De rechtbank bepaalde dat de officier van justitie bij betaling het rentebedrag moet specificeren. De wijziging van de feitcode schaadt betrokkene niet in haar belangen, omdat de sanctie betrekking had op dezelfde gedraging.

Uitkomst: De feitcode wordt gewijzigd naar niet stoppen voor stopstreep met een lagere sanctie en proceskostenvergoeding wordt toegekend.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 11248812 \ MB VERZ 24-1558
cjib-nummer: [nummer 1]
registratienummer: [nummer 2]
uitspraak: 28 april 2025
uitspraak van de kantonrechter, zitting houdende te Dordrecht,
in de zaak van:
betrokkene: [naam betrokkene]
woonplaats: [woonplaats]
gemachtigde: Fixiq Legal

1.Het verloop van de procedure

Bij inleidende beschikking van 12 oktober 2023 is aan betrokkene een sanctie opgelegd van € 280,00, vermeerderd met € 9,00 administratiekosten. De beschikking is opgelegd voor “niet stoppen voor rood licht bij driekleurig verkeerslicht”, begaan op maandag
2 oktober 2023 om 08:44 uur te Dordrecht aan de Laan der Verenigde Naties kruising Karel Doormanweg (feitcode R602).
Tegen deze beschikking is betrokkene op 15 november 2023 bij de officier van justitie in beroep gekomen.
De officier van justitie heeft het beroep van betrokkene ongegrond verklaard. Deze beslissing is op 20 mei 2024 aan betrokkene verzonden.
Tegen de beslissing van de officier van justitie heeft betrokkene op 23 juni 2024 beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de openbare zitting van 18 maart 2025, waar namens de officier van justitie een vertegenwoordiger van de CVOM en de gemachtigde van betrokkene zijn verschenen.

2.De beoordeling

2.1
De termijnen en formaliteiten voor de procedure bij de kantonrechter zijn in acht genomen.
2.2
Betrokkene betwist de gedraging. De betrokkene heeft aangevoerd dat op basis van de zich in het zaakdossier bevindende flitsfoto’s in combinatie met een overgelegd screenshot van Google Streetview van de pleeglocatie, niet vastgesteld kan worden dat betrokkene het rood licht uitstralende verkeerslicht is gepasseerd. Ook is verzocht om een proceskostenvergoeding, vermeerderd met de wettelijke rente daarover, en om te bepalen dat deze aan de gemachtigde voldaan dient te worden.
2.3
Op de zitting heeft de vertegenwoordiger van de CVOM verzocht om het beroep ongegrond te verklaren.
2.4
Het dossier bevat twee foto's van de gedraging. Uit de foto’s en de daarop vermelde roodtijd en snelheid ten tijde van de foto, kan niet met voldoende zekerheid worden afgeleid dat het voertuig op dat moment de verkeerslichten was gepasseerd. Niet bekend is immers hoe lang de totale roodtijd gaat zijn, zodat niet kan worden uitgesloten dat het verkeerslicht op groen is gesprongen voordat betrokkene het is gepasseerd. De kantonrechter volgt daarom niet het door de vertegenwoordiger van de CVOM ter zitting overgelegde (oudere en niet gepubliceerde) arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 8 november 2017 (CJIB nummer [nummer 3] ). Wel kan op grond van de foto’s worden vastgesteld dat het voertuig bij rood licht de stopstreep is gepasseerd.
2.5
Artikel 79 van Pro het RVV 1990 bepaalt dat, wanneer stoppen op grond van die regeling verplicht is, dit dient te geschieden voor de daartoe bestemde stopstreep. De bijlage als bedoeld in artikel 2 WAHV Pro, zoals die luidde ten tijde van de gedraging, maakt onderscheid in de sanctionering van de gedraging met feitcode R602 (‘niet stoppen voor rood licht’: € 280,-) en de gedraging met feitcode R620 (‘als bestuurder niet stoppen voor stopstreep daar waar dit op grond van het RVV 1990 verplicht is’: €110,-). De gedraging die in de onderhavige zaak is verricht is dus niet gedraging R602, maar gedraging R620.
2.6
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank, mede gelet op het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 31 januari 2019 (ECLI:NL:GHARL:2019:897), het beroep tegen de inleidende beschikking gedeeltelijk gegrond verklaren en de inleidende beschikking wijzigen in die zin, dat als de omschrijving van de gedraging heeft te gelden ‘als bestuurder niet stoppen voor stopstreep daar waar dit op grond van het RVV 1990 verplicht is’ met als feitcode R620. Het sanctiebedrag wordt aan de gewijzigde feitcode aangepast.
2.7
Naar het oordeel van de kantonrechter wordt de betrokkene door een wijziging van de feitcode niet in haar belangen geschaad. Voor de betrokkene was voldoende duidelijk waar de sanctie betrekking op had. Aan de gewijzigde feitcode ligt geen ander feitencomplex ten grondslag.
2.8
Het verzoek om een proceskostenvergoeding zal worden toegewezen, waarbij, gelet op de arresten van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 december 2024 (ECLI:NL:GHARL:2024:7764, ECLI:NL:GHARL:2024:7768 en ECLI:NL:GHARL:2024:7769), het bepaalde in artikel 13a, tweede lid, van de Wahv buiten toepassing zal worden gelaten. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht komen in dit geval de kosten voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand voor vergoeding in aanmerking. De hoogte van de vergoeding zal worden berekend aan de hand van het aantal door de gemachtigde van betrokkene verrichte proceshandelingen. De gemachtigde van betrokkene heeft beroep ingesteld bij de officier van justitie, heeft beroep ingesteld bij de kantonrechter en is bij de kantonrechter op de mondelinge behandeling verschenen. Er wordt dus één punt van € 647,00 toegekend en twee punten van € 907,00. Met toepassing van wegingsfactor 0,5 wordt de proceskostenvergoeding vastgesteld op
€ 1.230,50. Daarbij zal worden bepaald dat de officier van justitie bij de betaling van de geldsom dient aan te geven welk bedrag aan wettelijke rente daarbij komt nu de verzochte wettelijke rente niet is weersproken en toewijsbaar is.
2.9
De gemachtigde van de betrokkene heeft gevraagd om de proceskostenvergoeding op zijn eigen rekening te storten. In artikel 13a lid 3 en 4 Wahv is echter bepaald dat de proceskostenvergoeding direct aan de betrokkene moet worden betaald en dat die vordering niet overdraagbaar is.

3.De beslissing

De kantonrechter:
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie;
verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gedeeltelijk gegrond;
wijzigt de inleidende beschikking in die zin dat de feitcode wordt gewijzigd in R620 met als omschrijving ‘als bestuurder niet stoppen voor stopstreep daar waar dit op grond van het RVV 1990 verplicht is’ en wijzigt de sanctie in € 110,00;
bepaalt dat wat te veel aan zekerheid is gesteld wordt terugbetaald;
veroordeelt de officier van justitie om aan betrokkene te betalen een bedrag van € 1.230,50 aan proceskostenvergoeding vermeerderd met de wettelijke rente daarover;
bepaalt dat de officier van justitie bij de betaling van de geldsom dient aan te geven welk bedrag aan wettelijke rente daarbij komt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. dr. P.G.J. van den Berg en uitgesproken ter openbare zitting.
Wanneer de bij deze beslissing opgelegde sanctie meer bedraagt dan € 110,00 of uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard op grond van het niet tijdig stellen van zekerheid, staat ingevolge artikel 14 Wahv Pro tegen deze uitspraak hoger beroep open binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het beroepschrift dient ingezonden te worden bij de kantonrechter (Postbus 7003, 3300 GC Dordrecht). Het is niet mogelijk om hoger beroep in te stellen per e-mail.
Datum toezending: