Betrokkene kreeg een sanctie opgelegd voor het niet stoppen voor rood licht bij een driekleurig verkeerslicht te Dordrecht op 2 oktober 2023. Betrokkene betwistte de gedraging en stelde dat uit de flitsfoto’s niet kon worden vastgesteld dat het rode licht werd overtreden. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter.
De rechtbank oordeelde dat uit de foto’s niet met voldoende zekerheid kon worden vastgesteld dat het rode licht werd overtreden, omdat niet duidelijk was of het verkeerslicht mogelijk al op groen stond toen betrokkene het kruispunt passeerde. Wel kon worden vastgesteld dat betrokkene de stopstreep bij rood licht was gepasseerd. Daarom wijzigde de rechtbank de feitcode van R602 (niet stoppen voor rood licht) naar R620 (niet stoppen voor stopstreep), met een lager sanctiebedrag.
Daarnaast kende de rechtbank een proceskostenvergoeding toe aan betrokkene, omdat de procedurekosten voor rechtsbijstand door een derde in dit geval vergoedbaar zijn. De vergoeding werd vastgesteld op €1.230,50 vermeerderd met wettelijke rente. De rechtbank bepaalde dat de officier van justitie bij betaling het rentebedrag moet specificeren. De wijziging van de feitcode schaadt betrokkene niet in haar belangen, omdat de sanctie betrekking had op dezelfde gedraging.