ECLI:NL:RBROT:2025:5441
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting café wegens drugshandel
De burgemeester van een gemeente heeft besloten het café van verzoekster voor zes maanden te sluiten vanwege handel in verdovende middelen vanuit het café. Dit besluit is genomen op basis van politieonderzoeken, waaronder observaties, camerabeelden en afgeluisterde gesprekken, waaruit blijkt dat het café als uitvalsbasis voor drugshandel werd gebruikt en verzoekster hiervan op de hoogte was.
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt en een voorlopige voorziening gevraagd om het café open te houden. Tijdens de zitting en daarna overgelegd financieel bewijs gaven geen aanleiding om de sluitingsduur te verkorten. De voorzieningenrechter oordeelde dat er wel sprake is van een spoedeisend belang vanwege de financiële gevolgen, maar dat verzoekster niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij de sluitingsperiode financieel niet kan overbruggen.
De voorzieningenrechter concludeerde dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting en dat de duur van zes maanden evenwichtig is, mede gelet op het gemeentelijk beleid en de ernst van de feiten. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen en de sluiting van het café voor zes maanden blijft gehandhaafd.