Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
10 februari 2025
1.De procedure
2.De beoordeling van het verzoek
De toelating
3.De beslissing
/19e deel van de overeenkomstig artikel 2 van Pro dat Besluit te berekenen vergoeding. Dit kan alleen:
Rechtbank Rotterdam
De heer verzoeker bevindt zich in een problematische schuldensituatie en heeft een verzoek ingediend tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De rechtbank beoordeelt of hij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden en of hij aan de verplichtingen van de WSNP zal voldoen.
Hoewel een schuld van €7.586,67 aan een schuldeiser niet te goeder trouw is ontstaan of onbetaald gelaten, kan het verzoek toch worden toegewezen op grond van artikel 288 lid 3 Faillissementswet Pro, omdat de verzoeker de omstandigheden die tot de schulden leidden onder controle heeft gekregen. Hij staat sinds augustus 2023 onder beschermingsbewind en heeft gestopt met gokken.
De rechtbank wijst het verzoek tot toelating tot de WSNP toe en benoemt een bewindvoerder en rechter-commissaris. De verplichtingen van de schuldsaneringsregeling worden toegelicht, waaronder een tijdelijke postblokkade. De rechtbank oordeelt echter dat onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat aan de voorwaarden voor een eerdere ingangsdatum is voldaan, omdat bewijsstukken over aflossingen en arbeidsongeschiktheid ontbreken.
De ingangsdatum van de WSNP wordt vastgesteld op 10 februari 2025 met een einddatum van 10 augustus 2026. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen.
Uitkomst: Verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt toegewezen met ingangsdatum 10 februari 2025; eerdere ingangsdatum wordt afgewezen.