ECLI:NL:RBROT:2025:546
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsuitkering wegens onvoldoende bewijs van hoofdverblijf op uitkeringsadres
Betrokkene heeft sinds 2016 een bijstandsuitkering ontvangen op een adres in Capelle aan den IJssel. Na een signaal over een hoog banksaldo startte het college een onderzoek naar het vermogen en het woonadres van betrokkene. Het college stelde vast dat betrokkene niet aannemelijk had gemaakt dat hij feitelijk woonachtig was op het uitkeringsadres, mede op basis van een onaangekondigd huisbezoek en laag water- en elektriciteitsverbruik.
Eiseres, als bewindvoerder, voerde aan dat het water- en elektriciteitsverbruik gemiddeld was en dat betrokkene uitleg had gegeven over transacties in Frankrijk. De rechtbank oordeelde echter dat de woning onbewoond leek, met minimale levensbehoeften aanwezig en meterstanden die ver onder het gemiddelde lagen, wat de conclusie van het college ondersteunt.
De rechtbank bevestigde dat betrokkene onvoldoende inzicht heeft gegeven in zijn woon- en leefsituatie en dat het college daarom terecht de bijstandsuitkering heeft afgewezen. Het beroep werd ongegrond verklaard, met als gevolg dat eiseres geen griffierecht of proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de afwijzing van de bijstandsuitkering wegens onvoldoende bewijs van feitelijke bewoning op het uitkeringsadres.