De kantonrechter van de Rechtbank Rotterdam heeft op 25 april 2025 de arbeidsovereenkomst tussen werkgever en werknemer ontbonden met ingang van 1 juni 2025. De ontbinding is gebaseerd op het vervallen van arbeidsplaatsen door beëindiging van de werkzaamheden van de onderneming, waarbij de werknemer de enige overgebleven werknemer is. Werkgever heeft haar bedrijfsactiviteiten volledig gestaakt, wat door het Handelsregister is bevestigd.
Hoewel het UWV toestemming voor opzegging heeft geweigerd wegens onvoldoende bewijs van onmogelijkheid tot herplaatsing, oordeelt de kantonrechter anders. Er is geen passende functie beschikbaar binnen de onderneming of een groep van ondernemingen, ondanks de aanwezigheid van aanverwante bedrijven. De werknemer erkent dat hij geen concrete aanwijzingen heeft voor voortzetting van de onderneming via een andere vennootschap.
Er geldt geen opzegverbod, ondanks ziekte van de werknemer sinds juni 2022, omdat deze situatie langer dan twee jaar duurt. De arbeidsovereenkomst eindigt op 1 juni 2025, rekening houdend met opzegtermijn en procedureduur. De beslissing over de transitievergoeding wordt aangehouden, omdat partijen verdeeld zijn over het loon van de werknemer, dat onderwerp is van een andere procedure. Zodra hierover uitspraak is gedaan, kunnen partijen zich uitlaten over de vergoeding.