Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor compensatie van reeds betaalde schulden in het kader van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). De minister wees de aanvraag af wegens onvoldoende bewijs voor drie schulden. De rechtbank beoordeelde dat de minister ten onrechte een deel van de huurschuld niet heeft gecompenseerd, omdat hiervan €100,- na betaling van het forfaitaire bedrag was voldaan.
De rechtbank oordeelde dat de minister zijn onderzoeksplicht niet heeft geschonden en dat de afwijzing van de andere twee schulden terecht was vanwege het ontbreken van voldoende bewijs. Eiseres had meerdere malen de gelegenheid gekregen om aanvullende stukken te leveren, maar deed dit niet tijdig.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat de minister de huurschuld tot €100,- moet compenseren. Tevens werd de minister veroordeeld in de proceskosten van €1.814,- en het griffierecht van €51,- aan eiseres vergoed. Het beroep werd gegrond verklaard en de uitspraak vervangt het vernietigde deel van het primaire besluit.