De rechtbank Rotterdam behandelde een geschil over partneralimentatie tussen ex-partners na echtscheiding in 2013. De man verzocht om nihilstelling van de alimentatie vanaf 1 september 2023 en terugvordering van onverschuldigde betalingen over 2014-2023. De vrouw had een e-mail gestuurd waarin zij afstand leek te doen van haar recht op alimentatie, maar zij stond onder bewind en was handelingsonbekwaam.
De rechtbank oordeelde dat de afstandsverklaring nietig is vanwege haar handelingsonbekwaamheid en het ontbreken van toestemming van de bewindvoerder. De vrouw en man waren bewust afgeweken van wettelijke maatstaven in hun convenanten, ondersteund door juridische bijstand, waardoor wijziging van de alimentatie op grond van grove miskenning van wettelijke maatstaven werd afgewezen.
De rechtbank stelde vast dat de vrouw in bepaalde periodes minder dan de afgesproken inkomensgrens verdiende, waardoor nihilstelling over de gehele periode niet gerechtvaardigd is. De man krijgt wel een verklaring voor recht dat de vrouw onverschuldigde betalingen moet terugbetalen, waarmee hij een rechtsgeldige titel heeft voor terugvordering. Proceskosten worden gecompenseerd, ieder draagt eigen kosten.