ECLI:NL:RBROT:2025:5857
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning compensatie transitievergoeding bij langdurige arbeidsongeschiktheid
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) over de compensatie van de transitievergoeding die zij aan een ex-werkneemster betaalde. De ex-werkneemster was langdurig arbeidsongeschikt en er was een vaststellingsovereenkomst gesloten met een bruto transitievergoeding van €17.048,52. Verweerder kende aanvankelijk een compensatie toe van €14.848,26 en handhaafde dit bedrag in het bestreden besluit.
Tijdens de procedure wijzigde verweerder de motivering van het besluit, waarbij werd uitgegaan van een andere referteperiode voor de berekening van de vaste looncomponenten. Dit leidde tot een nieuwe compensatie van €15.229,74. De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit daardoor niet deugdelijk was gemotiveerd en in strijd met de artikelen 3:2 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en stelde de compensatie vast op het hogere bedrag van €15.229,74 conform de gewijzigde motivering. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiseres. Het beroep werd gegrond verklaard en de uitspraak verving het vernietigde besluit.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit en stelt de compensatie van de transitievergoeding vast op €15.229,74.