Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 28 juni 2024, met bijlagen;
- het antwoord, met bijlagen;
- de rolbeslissing van 17 oktober 2024;
- de akte namens [eiseres], met bijlagen;
- de akte namens [gedaagde].
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak huurde de gedaagde een Mercedes Benz van eiseres en veroorzaakte daarmee een ongeval waarbij schade aan de auto ontstond. Eiseres vorderde vergoeding van de schade, inclusief eigen risico, niet-inzetbaarheid van de auto, verzekeringspremies, takelkosten en herstelkosten.
De gedaagde betwistte aansprakelijkheid en stelde dat er geen algemene voorwaarden waren overeengekomen die hem tot schadevergoeding verplichten. Tevens stelde hij dat eiseres een schadeverzekering moest afsluiten. De kantonrechter oordeelde dat de huurovereenkomst met een eigen risico (Selbstbeteiligung) rechtsgeldig was overeengekomen en dat de schade aan de auto niet onder de verplichte WAM-verzekering valt.
De kantonrechter stelde vast dat de schade €8.336,93 bedroeg, waarvan €7.336,93 door de verzekering was uitgekeerd minus een eigen risico van €1.000. Omdat dit bedrag onder het overeengekomen eigen risico van €15.000 bleef, werd de gedaagde veroordeeld tot betaling van €1.000 schadevergoeding met wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding. De overige vorderingen werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De buitengerechtelijke incassokosten werden eveneens afgewezen omdat de wettelijke termijn niet was gerespecteerd.
De proceskosten werden grotendeels aan de gedaagde opgelegd, met een korting wegens schending van de substantiëringsplicht door eiseres. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €1.000 schadevergoeding met wettelijke rente vanaf dagvaarding, overige vorderingen worden afgewezen.