Eisers huren een woning van Hef Wonen en hebben via de Huurcommissie een tijdelijke huurverlaging gekregen wegens ernstige vochtplekken in de slaapkamer. De Huurcommissie bepaalde dat de huurverlaging geldt tot herstel van deze specifieke gebreken. Hef Wonen stelde dat de gebreken in februari 2023 waren hersteld en stopte de huurverlaging per 1 juli 2023. Eisers betwistten dit en claimden dat herstel pas in april 2024 had plaatsgevonden, waardoor zij te veel huur hadden betaald vanaf juni 2023.
De kantonrechter oordeelde dat de huurverlaging alleen gold voor de vochtplekken in de slaapkamer zoals vastgesteld door de Huurcommissie, en niet voor lekkages elders, zoals het trappenhuis. De na juli 2023 uitgevoerde herstelwerkzaamheden betroffen het trappenhuis en niet de slaapkamer. Eisers konden onvoldoende feiten aanvoeren om aan te tonen dat de gebreken in de slaapkamer na februari 2023 nog bestonden.
Daarom is vastgesteld dat het gebrek waarvoor de huurverlaging gold vóór 1 juli 2023 was hersteld en dat de huurverlaging terecht is stopgezet. De vordering tot terugbetaling van onverschuldigde huur, rente en kosten wordt afgewezen. Eisers worden veroordeeld in de proceskosten van €595,-. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.