ECLI:NL:RBROT:2025:6176
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken besluit op herzieningsverzoek in toeslagenzaak
Eiseres diende een bezwaarschrift in tegen een besluit van de minister van Financiën over het overnemen van haar geldschulden. Dit bezwaarschrift was te laat ingediend en werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. Desondanks beoordeelde de minister het bezwaar inhoudelijk en wees het af.
Eiseres maakte vervolgens bezwaar tegen deze inhoudelijke beoordeling, stellende dat het oorspronkelijke bezwaarschrift tevens een herzieningsverzoek betrof en dat de minister de inhoudelijke beoordeling als een besluit op dat herzieningsverzoek had moeten aanmerken. De minister reageerde met een brief waarin werd aangegeven dat geen nieuw bezwaar mogelijk was tegen de inhoudelijke beoordeling.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaarschrift niet als herzieningsverzoek kon worden aangemerkt vanwege het ontbreken van een inhoudelijke onderbouwing en een expliciete aanvraag tot herziening. Daardoor was de brief van 18 april 2024 geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en stond het beroep van eiseres niet open.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter C.A. Hage op 16 mei 2025.
Uitkomst: Het beroep van eiseres is niet-ontvankelijk verklaard omdat de brief van 18 april 2024 geen besluit in de zin van de Awb is.