ECLI:NL:RBROT:2025:6265
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ZW-uitkering wegens ontbreken dienstbetrekking met werkgever
Eiseres verzocht het UWV om een ZW-uitkering per 2 november 2020, welke werd afgewezen omdat zij niet als werknemer verzekerd was op grond van de Ziektewet (ZW).
Het UWV stelde dat er geen sprake was van een dienstbetrekking met [naam bedrijf], waar eiseres als recruiter zou hebben gewerkt, mede op basis van een onderzoeksrapport dat een gefingeerd dienstverband vermoedde. Eiseres voerde aan dat zij wel degelijk een dienstbetrekking had, onderbouwd met arbeidsovereenkomst, loonstroken en andere documenten.
De rechtbank overwoog dat de beoordeling van het bestaan van een dienstbetrekking moet plaatsvinden aan de hand van alle omstandigheden, waarbij het UWV aannemelijk heeft gemaakt dat sprake was van een gefingeerd dienstverband. Eiseres kon onvoldoende concrete en verifieerbare informatie over haar werkzaamheden geven, het salaris was hoog en onregelmatig betaald, en de verklaringen over haar werkzaamheden waren niet aannemelijk.
Daarom concludeerde de rechtbank dat het UWV terecht de aanvraag om een ZW-uitkering heeft afgewezen. Het beroep van eiseres is ongegrond verklaard en zij krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat eiseres geen ZW-uitkering ontvangt wegens ontbreken van een dienstbetrekking.