ECLI:NL:RBROT:2025:643
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd en niet-ontvankelijk wegens misbruik van recht en contactbeperkingen in bestuursrechtelijke beroepen
De rechtbank Rotterdam behandelde vier bestuursrechtelijke beroepen van eiser tegen het college van burgemeester en wethouders van Zwijndrecht. De beroepen betroffen onder meer verondersteld niet tijdig beslissen op verzoeken om openbaarmaking van gegevens en geschillen over inschrijving van een postadres in de Basisregistratie Personen (BRP).
De rechtbank stelde vast dat eiser vanwege ernstig overlastgevend gedrag contactbeperkingen opgelegd had gekregen, waaronder het verplicht indienen van aanvragen via een specifiek e-mailadres. Eiser had echter herhaaldelijk aanvragen via een ander e-mailadres ingediend, ondanks waarschuwingen, waardoor deze aanvragen niet als ingediend werden beschouwd. Hierdoor was het college niet in gebreke en was de rechtbank onbevoegd om kennis te nemen van deze beroepen.
Daarnaast oordeelde de rechtbank dat eiser misbruik maakte van recht door op oneigenlijke wijze rechtsmiddelen in te zetten, onder meer door herhaalde en kansloze procedures over de inschrijving van een postadres en het gebruik van grievend taalgebruik. Dit leidde tot niet-ontvankelijkheid van de beroepen die hierop betrekking hadden.
De rechtbank verklaarde zich dus onbevoegd voor de beroepen wegens niet tijdig beslissen en wees de beroepen wegens misbruik van recht af. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en de rechter was verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd voor twee beroepen en wijst twee beroepen niet-ontvankelijk wegens misbruik van recht en niet-naleving contactbeperkingen.