ECLI:NL:RVS:2017:481
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoger beroep inzake niet tijdig beslissen en bevoegdheid bestuursrechter
In deze zaak heeft appellant beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam die zich onbevoegd verklaarde kennis te nemen van beroepen wegens niet tijdig beslissen over verzoeken om gesprekken, klachten en kwijtscheldingsverzoeken, en overige beroepen niet-ontvankelijk verklaarde.
Appellant had een bijstandsuitkering ontvangen en meerdere verzoeken en klachten ingediend bij het college van burgemeester en wethouders van Schiedam. De rechtbank oordeelde dat veel van deze verzoeken geen aanvragen in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) waren, waardoor zij niet bevoegd was om kennis te nemen van de beroepen. Tevens was sprake van misbruik van recht en strijd met de goede procesorde door appellant.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt het oordeel van de rechtbank voor zover het gaat om de niet-ontvankelijkverklaring van beroepen over niet tijdig beslissen op aanvragen om bijzondere bijstand en financiële steun, en verklaart zich onbevoegd voor zover hoger beroep mogelijk is bij de Centrale Raad van Beroep. De overige beroepen zijn ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Afdeling verklaart zich onbevoegd voor hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring van beroepen over bijzondere bijstand en bevestigt de overige uitspraken van de rechtbank.