De Raad voor de Kinderbescherming heeft bij beschikking van 14 april 2025 een voorlopige ondertoezichtstelling en een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige bevolen. De kinderrechter heeft op 24 april 2025 de zitting met gesloten deuren voortgezet, waarbij de moeder telefonisch werd gehoord met tolk, de vader niet aanwezig was, en vertegenwoordigers van de Raad en de gecertificeerde instelling aanwezig waren.
De feiten tonen aan dat de minderjarige ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd door conflicten en geweld jegens de moeder, die niet in staat is haar gezag te handhaven. Pogingen tot vrijwillige hulpverlening zijn mislukt, en de minderjarige is met spoed uit huis geplaatst. De moeder verblijft tijdelijk in Marokko, waardoor terugplaatsing op dit moment niet verantwoord is.
De kinderrechter oordeelt dat de voorlopige ondertoezichtstelling gehandhaafd moet blijven en verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing tot 14 juli 2025. De beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard om de continuïteit van de maatregel te waarborgen. Er wordt ingezet op stapsgewijze terugplaatsing en ondersteuning van het gezin na terugkeer van de moeder in Nederland.