De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige geboren in 2018, die bij haar moeder woont. De omgang tussen de minderjarige en haar vader verloopt moeizaam, mede doordat de moeder zich niet houdt aan de opbouwende zorgregeling en weigert medewerking te verlenen aan noodzakelijke hulpverlening zoals speltherapie en schoolartscreening.
De moeder verzette zich tegen de verlenging en stelde dat het goed gaat met de minderjarige, die het goed doet op school en veel vriendjes heeft. De vader stemde in met de verlenging maar benadrukte dat er stappen moeten worden gezet om de omgang verder vorm te geven en te begeleiden.
De kinderrechter oordeelde dat de wettelijke criteria voor verlenging van de ondertoezichtstelling waren vervuld. Er zijn nog steeds ernstige bedreigingen voor de ontwikkeling van de minderjarige, onder meer door het loyaliteitsconflict tussen de ouders en het gebrek aan emotionele toestemming van de moeder voor contact met de vader. De ondertoezichtstelling wordt daarom verlengd tot 30 oktober 2025 en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.