ECLI:NL:RBROT:2025:6835
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond tegen dwangsomhoogte bij niet tijdig beslissen door Dienst Toeslagen
Deze bestuursrechtelijke uitspraak betreft het verzet van opposante tegen de hoogte van een door de rechtbank opgelegde dwangsom aan Dienst Toeslagen vanwege het niet tijdig beslissen op een verzoek om aanvullende compensatie voor werkelijk geleden schade.
De rechtbank had eerder het beroep van opposante gegrond verklaard omdat Dienst Toeslagen niet binnen de beslistermijn had beslist. De rechtbank bepaalde een dwangsom van €50 per dag met een maximum van €15.000 om de termijn af te dwingen. Opposante stelde dat deze dwangsom te laag was en pleitte voor een hogere dwangsom van €250 per dag met een maximum van €37.500, verwijzend naar verschillen in jurisprudentie bij andere rechtbanken.
De rechtbank oordeelt dat het verzet feitelijk een verkapt hoger beroep betreft, wat niet is toegestaan in de verzetprocedure. Daarnaast is de hoogte van de dwangsom een discretionaire bevoegdheid van de rechter, die in lijn is met eerdere uitspraken van een meervoudige kamer van dezelfde rechtbank. Het verzet wordt daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzet tegen de hoogte van de dwangsom wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.