ECLI:NL:RBROT:2025:6838
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond tegen dwangsomhoogte en nadere beslistermijn in bestuurszaak compensatie toeslagen
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft opposante verzet aangetekend tegen de uitspraak van de rechtbank van 30 september 2024, waarin een dwangsom van €50 per dag met een maximum van €15.000 werd vastgesteld voor het niet tijdig beslissen door Dienst Toeslagen op een verzoek om aanvullende compensatie voor werkelijke schade.
De rechtbank heeft het verzet behandeld en geoordeeld dat het verzet ongegrond is. De rechtbank motiveert dat de nadere beslistermijn en de hoogte van de dwangsom in overeenstemming zijn met een eerdere uitspraak van een meervoudige kamer van dezelfde rechtbank. Het feit dat andere rechtbanken een hogere dwangsom hanteren, leidt niet tot een ander oordeel, omdat het vaststellen van de dwangsom een discretionaire bevoegdheid van de rechter betreft.
Het verzet wordt gezien als een verkapt hoger beroepschrift, hetgeen niet is toegestaan in de verzetprocedure. De rechtbank handhaaft daarom haar eerdere beslissing en verklaart het verzet ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzet tegen de dwangsomhoogte wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.