ECLI:NL:RBROT:2025:6930
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Intrekking bestuursrechtelijk verzoek na overlijden en toewijzing proceskostenveroordeling
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de burgemeester van Dordrecht een besluit genomen tot bestuursdwang op grond van artikel 13b van de Opiumwet, inhoudende de sluiting van een woning. Tegen dit besluit werd bezwaar gemaakt en beroep ingesteld door de verzoeker. Na het indienen van een verzoek om een voorlopige voorziening overleed de verzoeker, waarna zijn erven de procedure voortzetten.
De burgemeester heeft vervolgens medegedeeld de sluiting van de woning niet te effectueren vanwege het overlijden en om de familie de gelegenheid te geven de woning rustig leeg te halen. Hierop hebben de verzoekers het verzoek ingetrokken en verzocht om een proceskostenveroordeling van de burgemeester.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de burgemeester geheel is tegemoetgekomen door de sluiting niet uit te voeren en wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. De proceskosten worden vastgesteld op € 907,- voor de ingediende proceshandeling en € 53,- voor het griffierecht, welke door de burgemeester aan de verzoekers moeten worden vergoed.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en is definitief, aangezien tegen deze uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat. De voorzieningenrechter baseert zich op vaste rechtspraak en de toepasselijke artikelen uit de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Uitkomst: De burgemeester wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 907,- en griffierecht van € 53,- aan verzoekers.