ECLI:NL:RBROT:2025:7148
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WW-uitkering wegens niet voldoen aan wekeneis ondanks WAZO-uitkering
Eiseres diende een aanvraag voor een WW-uitkering in, welke door het UWV werd afgewezen omdat zij niet voldeed aan de wekeneis van 26 gewerkte weken in de referteperiode van 36 weken voorafgaand aan haar eerste werkloosheidsdag. De weken waarin zij een WAZO-uitkering ontving, werden niet meegeteld, maar de referteperiode werd verlengd met deze weken. Eiseres stelde dat het niet meetellen van de WAZO-weken discriminerend is voor zwangere vrouwen en dat deze weken meegeteld moeten worden.
De rechtbank oordeelde dat het UWV handelde op basis van dwingendrechtelijke wettelijke bepalingen en dat er geen ruimte is voor afwijking. Door de verlenging van de referteperiode wordt juist rekening gehouden met zwangerschap en bevalling, waardoor geen sprake is van verboden onderscheid. Ook indirecte discriminatie werd niet vastgesteld, mede omdat de situatie ook kan voorkomen bij adoptie- of pleegzorg.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de afwijzing van de WW-uitkering. Eiseres krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug. De uitspraak werd gedaan door rechter M. Zoethout op 20 juni 2025.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van haar WW-uitkering blijft in stand.