ECLI:NL:RBROT:2025:7357

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
30 mei 2025
Publicatiedatum
24 juni 2025
Zaaknummer
C/10/698291 / JE RK 25-802
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige wegens zorgelijke opvoedsituatie

De gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige die bij haar moeder woont. De moeder heeft het ouderlijk gezag en er is sprake van een zorgelijke opvoedsituatie waarbij de ontwikkeling van de minderjarige ernstig wordt bedreigd.

Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, verklaarden zowel de moeder als de vader zich akkoord met de verlenging. De moeder gaf aan dat de samenwerking met de huidige jeugdbeschermer verbeterd is en dat er kleine vooruitgangen zijn geboekt in de opvoeding en het welzijn van de minderjarige.

De kinderrechter oordeelde dat ondanks de positieve ontwikkelingen de moeder moeite heeft met het stellen van grenzen en het consequent zijn in de opvoeding. De hulpverlening is nog steeds noodzakelijk, onder meer vanwege de traumatische ervaringen van de minderjarige en de noodzaak om het contact met de vader te verbeteren.

De kinderrechter verlengde daarom de ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad, zodat deze direct geldt ook bij hoger beroep.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt verlengd tot 15 juni 2026 en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/698291 / JE RK 25-802
Datum uitspraak: 30 mei 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2019 in [geboorteplaats],
hierna te noemen [minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
De kinderrechter merkt als informant aan:
[woonplaats ],
hierna te noemen de vader,
wonende in [naam vader].

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 9 april 2025;
- het plan van aanpak van de GI van 24 april 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 30 mei 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder;
- de vader;
- een vertegenwoordiger van de GI, te weten [naam 1].
1.3.
Met instemming van partijen is bijzondere toegang verleend aan de begeleider van de vader, te weten [naam 2]

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].
2.2.
[minderjarige] woont bij de moeder.
2.3.
Bij beschikking van 11 juni 2024 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 15 juni 2025.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De GI heeft ter zitting het verzoek gehandhaafd en als volgt nader toegelicht.
Sinds medio oktober 2024 is de huidige jeugdbeschermer betrokken. Sindsdien is de samenwerking met de moeder verbeterd. De hulpverlening vanuit Houvast sloot niet goed aan bij wat de moeder nodig heeft. Vervolgens is de hulpverlening vanuit Houvast afgestemd op wat de moeder bij Basis Trust leert. Sindsdien zijn de moeder en [minderjarige] stapjes vooruitgaan gegaan. [minderjarige] is op school beter benaderbaar en gaat het goed met haar op school. De komende periode zal traumaverwerking met Words en Pictures ingezet worden. Volgende week zal de GI hiervoor met de ouders een kinderverhaal opstellen over hoe het leven van [minderjarige] eruit heeft gezien en hoe het eruit gaat zien. Ook zal in overleg met Basic Trust worden gewerkt aan de opbouw van het contact tussen [minderjarige] en de vader. De vader staat open voor het inzetten van ondersteuning daarin. Vanwege haar eerdere ervaringen met hulpverlening is het noodzakelijk dat de moeder vertrouwen heeft in de hulpverleners om ervoor te zorgen dat de hulpverlening slaagt. Als bij de moeder het vertrouwen mist, zal de hulpverlening stagneren. Daarom is het de komende periode noodzakelijk om de ondertoezichtstelling te verlengen.

4.Het standpunt van de moeder

4.1.
De moeder heeft ter zitting het volgende verklaard. Zij is het ermee eens om de ondertoezichtstelling te verlengen. Door de geboden hulpverlening en ondersteuning kan de moeder beter met [minderjarige] omgaan. Ook is de moeder bezig om haar woning op te ruimen.
De moeder had geen klik met de vorige jeugdbeschermer. Sinds de betrokkenheid van de huidige jeugdbeschermer hebben [minderjarige] en de moeder kleine stappen gemaakt.

5.De verklaring van de informant

5.1.
De vader heeft ter zitting verklaard dat hij ervan geniet om [minderjarige] door middel van beeldbellen weer te zien en te spreken. Hij spreekt deze momenten af in onderling overleg met de moeder.

6.De beoordeling

6.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van
de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
6.2.
De ontwikkeling van [minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd, omdat zij in een zorgelijke opvoedsituatie bij de moeder opgroeit. De moeder heeft moeite om [minderjarige] te begrenzen en hierin consequent te zijn. Zij geeft [minderjarige] soms nog teveel ruimte. Daardoor is [minderjarige] moeilijk te sturen. Ook kan de moeder in de opvoeding toegeeflijk zijn en is zij geneigd om voortdurend met [minderjarige] in gesprek te gaan. Daardoor krijgt [minderjarige] niet de duidelijkheid die zij nodig heeft. De moeder lijkt moeite te hebben om haar vaste structuur en patronen los te laten en om aan te blijven sluiten bij de veranderende behoeften van [minderjarige]. Het is positief dat de moeder zich in de afgelopen periode voor de hulpverlening meer heeft open gesteld, dat de hulpverlening beter op elkaar is afgestemd en dat [minderjarige] en de moeder kleine stappen hebben gemaakt. De moeder is welwillend en toont zich betrokken bij [minderjarige]. Toch blijven er zorgen bestaan over de ontwikkeling van [minderjarige]. De moeder heeft vertrouwen in de hulpverleners nodig om de hulpverlening te kunnen blijven accepteren. Daar komt bij dat de moeder de geadviseerde individuele therapie momenteel nog afhoudt, omdat zij zich op [minderjarige] wil focussen. Daarom blijft ook de komende periode de ingezette hulpverlening vanuit de William Schrikker Gezinsvormen en Basic Trust noodzakelijk en zal voor [minderjarige] traumatherapie worden ingezet voor de traumatische ervaringen uit haar verleden. Ook zal er worden gewerkt aan de contacten tussen [minderjarige] en haar vader.
6.3.
Gelet op al het voorgaande kan de ernstige ontwikkelingsbedreiging niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van een jaar.
6.4.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

7.De beslissing

De kinderrechter:
7.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 15 juni 2026;
7.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 30 mei 2025 door
mr. M.C. Woudstra, kinderrechter, in aanwezigheid van D. van der Aa als griffier, en op schrift gesteld op 6 juni 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.