Eiser verzocht het college op 12 januari 2022 om handhavend op te treden tegen het tuincentrum dat bedrijfsmiddelen opslaat op een perceel met de bestemming “Agrarisch met waarden – Natuur- en landschapswaarden”. Het college wees dit verzoek op 4 mei 2022 af met het argument dat handhaving in dit geval onevenredig zou zijn. Eiser ging in beroep bij de rechtbank Rotterdam.
De rechtbank oordeelt dat de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) zoals die gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft, omdat het verzoek voor die datum is ingediend. De opslag van planten en bomen door het tuincentrum is onbetwist in strijd met het bestemmingsplan. Het college stelde dat de tijdelijke opslag noodzakelijk was vanwege een eerdere last onder dwangsom en dat er geen aantasting van het woongenot van eiser is.
De rechtbank stelt echter vast dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het van handhaving heeft kunnen afzien. Er is geen concreet zicht op legalisatie en het algemeen belang bij handhaving weegt zwaarder dan de belangen van het tuincentrum. Ook is het belang van eiser als belanghebbende erkend. Daarom is het besluit in strijd met het motiveringsbeginsel en wordt het vernietigd. Het college moet een nieuw besluit nemen en het griffierecht en proceskosten aan eiser vergoeden.