ECLI:NL:RBROT:2025:7567
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding voor huiselijk geweld valt in de boedel bij schuldsaneringsregeling
In deze zaak verzocht de bewindvoerder namens de schuldenares om een tegemoetkoming van het Schadefonds Geweldsmisdrijven buiten de boedel te houden. De tegemoetkoming van € 5.000,- was toegekend vanwege stelselmatig huiselijk geweld dat de schuldenares had ondergaan, met zowel psychisch als fysiek letsel tot gevolg.
De rechtbank overwoog dat artikel 295 lid 1 van Pro de Faillissementswet bepaalt dat goederen die een schuldenaar tijdens de schuldsaneringsregeling verkrijgt, in de boedel vallen. De ontvangen tegemoetkoming is daarvan niet uitgezonderd. Ook de jurisprudentie en literatuur bieden geen grond voor een afwijkende interpretatie.
Daarnaast wees de rechter-commissaris het verzoek af om de tegemoetkoming buiten het beheer van de bewindvoerder te houden, omdat een geldbedrag van deze aard niet aan het beheer van de schuldenares kan worden overgelaten. Er waren geen medische of andere redenen om hiervan af te wijken.
Wel werd opgemerkt dat kosten die voortvloeien uit het huiselijk geweld en niet door de zorgverzekeraar worden vergoed, onder overlegging van nota’s uit het boedelactief kunnen worden voldaan. De beslissing bevestigt dat de tegemoetkoming aan de bewindvoerder moet worden overgedragen.
Uitkomst: De rechtbank beslist dat de tegemoetkoming van het Schadefonds Geweldsmisdrijven in de boedel valt en moet worden overgedragen aan de bewindvoerder.