Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 11 juni 2024, met bijlagen;
- de aantekeningen van het mondelinge verweer, met bijlagen;
- het tussenvonnis van 6 september 2024, waarin een mondelinge behandeling is bepaald.
Rechtbank Rotterdam
Maas-De Koning heeft meerdere reparaties uitgevoerd aan de auto van [gedaagde] tussen december 2022 en maart 2024 en vervangende auto's ter beschikking gesteld. Tevens zijn met deze vervangende auto's verkeersboetes veroorzaakt. Maas-De Koning vordert betaling van €12.161,36 plus rente en incassokosten.
[gedaagde] betwist de vordering en stelt dat er sprake is van fabrieksgarantie en dat hij niet hoeft te betalen voor de vervangende auto's, omdat hem dat zou zijn toegezegd door een medewerker. Ook voert hij aan dat hij de verkeersboetes niet gefactureerd heeft gekregen.
De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] onvoldoende bewijs heeft geleverd voor de garantie en de vermeende afspraak over het gebruik van vervangende auto's. De vordering voor de reparaties, het gebruik van vervangende auto's en de verkeersboetes wordt toegewezen. De incassokosten worden afgewezen omdat de wettelijke voorwaarden niet zijn nageleefd. [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van de hoofdsom met wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: De kantonrechter veroordeelt [gedaagde] tot betaling van €12.161,36 met wettelijke rente en proceskosten, en wijst de incassokosten af.