ECLI:NL:RBROT:2025:7687

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
4 juli 2025
Publicatiedatum
1 juli 2025
Zaaknummer
11560865 CV EXPL 25-4236
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:29 BWArt. 6:96 BWArt. 6:119 BWArt. 6:119a BWArt. 237 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding leaseovereenkomst gereedschappen en betaling achterstallige leasetermijnen

Grenkefinance en de gedaagde sloten een operational leaseovereenkomst voor gereedschappen. De gedaagde kwam in betalingsachterstand met de leasetermijnen, waarop Grenkefinance de overeenkomst ontbond en betaling van achterstallige en toekomstige leasetermijnen, een contractuele boete en teruglevering van de gereedschappen vorderde.

De gedaagde stelde dat hij gedetineerd is en de gereedschappen zich in Polen bevinden, waardoor teruglevering onmogelijk is. De rechtbank oordeelt dat de ontbinding terecht is vanwege betalingsachterstand en veroordeelt de gedaagde tot betaling van € 3.181,51 aan leasetermijnen, een boete van € 906,36 en incassokosten van € 522,99.

De vordering tot teruggave van de gereedschappen en de dwangsom wordt afgewezen vanwege de onmogelijkheid om de gereedschappen terug te geven. De wettelijke rente wordt toegewezen conform artikel 6:119 BW Pro, niet de handelsrente. De proceskosten van € 1.043,73 komen voor rekening van de gedaagde. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De leaseovereenkomst wordt ontbonden en de gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van achterstallige en toekomstige leasetermijnen, een boete en incassokosten, maar niet tot teruggave van de gereedschappen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11560865 CV EXPL 25-4236
datum uitspraak: 4 juli 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Grenkefinance N.V.,
vestigingsplaats: Vianen,
eiseres,
gemachtigde: DKV Legal B.V.,
tegen
[gedaagde], die handelt onder de naam [naam bedrijf],
woonplaats: Rotterdam,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘Grenkefinance’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 17 februari 2025, met bijlagen;
  • het antwoord, met bijlage;
  • de rolbeslissing van 2 mei 2025;
  • de akte van Grenkefinance.

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
Grenkefinance en [gedaagde] hebben een operational leaseovereenkomst gesloten met betrekking tot gereedschappen. [gedaagde] heeft een achterstand laten ontstaan in de betaling van de leasetermijnen. Vanwege deze achterstand heeft Grenkefinance de leaseovereenkomst ontbonden. In deze procedure eist Grenkefinance betaling van de achterstallige en de toekomstige leasetermijnen tot het einde de van leaseovereenkomst met rente en kosten. Ook eist Grenkefinance dat [gedaagde] een contractuele boete betaalt en de gereedschappen aan Grenkefinance teruggeeft.
2.2.
[gedaagde] voert aan dat hij in detentie zit. [gedaagde] heeft geprobeerd om tot een oplossing te komen met Grenkefinance, maar dat is niet gelukt. Volgens [gedaagde] is het gereedschap in Polen en [gedaagde] heeft niemand die het gereedschap naar Grenkefinance kan brengen.
De conclusie
2.3.
De eis van Grenkefinance wordt grotendeels toegewezen. Dit betekent dat de leaseovereenkomst is ontbonden en dat [gedaagde] de achterstallige en toekomstige leasetermijnen met rente en kosten moet betalen. Ook moet [gedaagde] een boete betalen en ervoor zorgen dat het gereedschap terug bij Grenkefinance komt.
De leaseovereenkomst is ontbonden
2.4.
De geëiste verklaring voor recht dat de leaseovereenkomst is ontbonden wordt toegewezen. [gedaagde] betwist niet dat hij is gestopt met het betalen van de leasetermijnen.
Omdat [gedaagde] tekort is geschoten in zijn betalingsverplichting, mocht Grenkefinance op grond van haar algemene voorwaarden de leaseovereenkomst ontbinden.
[gedaagde] moet de leasetermijnen betalen
2.5.
[gedaagde] moet zowel de achterstallige als de toekomstige leasetermijnen van in totaal € 3.181,51 betalen. [gedaagde] betwist niet dat hij de achterstallige termijnen moet betalen. Als gevolg van de ontbinding van de leaseovereenkomst moet [gedaagde] op grond van de algemene voorwaarden ook de termijnen betalen die hij bij het in stand houden van de overeenkomst gehouden zou zijn te betalen.
[gedaagde] moet een boete betalen, maar wordt niet veroordeeld tot afgifte van de gereedschappen
2.6.
[gedaagde] moet de door Grenkefinance geëiste contractuele boete betalen van
€ 906,36, omdat [gedaagde] de geleasede objecten niet op tijd heeft teruggegeven aan Grenkefinance.
2.7.
[gedaagde] wordt niet veroordeeld tot afgifte van de gereedschappen. [gedaagde] erkent dat hij de geleasede objecten niet aan Grenkefinance heeft teruggeven, terwijl hij dat wel had moeten doen. [gedaagde] heeft echter ook gesteld het voor hem niet mogelijk is om de gereedschappen terug te geven, omdat die zich in Polen bevinden en hij gedetineerd is. Grenkefinance heeft niet betwist dat het voor [gedaagde] onmogelijk is om de gereedschappen terug te geven. Omdat het voor [gedaagde] onmogelijk is om de gereedschappen terug te geven kan hij daartoe niet worden veroordeeld (ECLI:NL:HR:1997:ZC2401). De gevorderde dwangsom wordt daarom ook afgewezen.
[gedaagde] moet incassokosten betalen
2.8.
De incassokosten van € 522,99 worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW Pro).
[gedaagde] moet rente betalen
2.9.
De door Grenkefinance geëiste wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel
6:119a BW over de achterstallige en toekomstige huurtermijnen van in totaal € 3.181,51 wordt afgewezen. In plaats daarvan wijst de kantonrechter de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro toe. Grenkefinance heeft niet inzichtelijk gemaakt welk deel van de door haar geëiste hoofdsom van € 3.181,51 ziet op de achterstallige leasetermijnen en welk deel ziet op de toekomstige leasetermijnen. De verplichting van [gedaagde] om toekomstige leasetermijnen te betalen, is een vorm van schadevergoeding. Wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW ziet uitsluitend op verbintenissen tot nakoming van een handelsovereenkomst en niet op de verbintenis tot schadevergoeding. [1]
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.10.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde], omdat hij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Grenkefinance moet betalen op € 123,73 aan dagvaardingskosten, € 514,00 aan griffierecht, € 271,00 aan salaris voor de gemachtigde (1 punt x € 271,00) en € 135,00 aan nakosten. Dat is in totaal € 1.043,73. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
2.11.
Er wordt geen salaris voor de gemachtigde ten aanzien van de akte van eiseres toegekend, omdat deze akte geen bijzondere inhoud heeft.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.12.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Grenkefinance dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
Betalingsregeling
2.13.
De kantonrechter kan geen betalingsregeling vaststellen in dit vonnis. Daarvoor moet Grenkefinance namelijk toestemming geven en dat heeft zij niet gedaan (artikel 6:29 BW Pro). Nadat [gedaagde] dit vonnis heeft ontvangen, kan hij contact opnemen met de gemachtigde van Grenkefinance om alsnog te proberen om een regeling te treffen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
verklaart voor recht dat de operational leaseovereenkomst is ontbonden;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan Grenkefinance te betalen € 4.610,86 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over een bedrag van € 3.181,51 vanaf de dag van verzuim tot de dag dat volledig is betaald;
3.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Grenkefinance worden begroot op € 1.043,73;
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.5.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.A. Vriezen en in het openbaar uitgesproken.
572

Voetnoten

1.HR 15 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:70