Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet, welke door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam op 20 augustus 2024 is afgewezen. Na bezwaar is deze afwijzing op 6 december 2024 gehandhaafd.
Vervolgens heeft eiseres op 21 december 2024 een nieuwe aanvraag ingediend, die op 14 februari 2025 is toegewezen met terugwerkende kracht tot 16 september 2024. Tevens is een sanctie van een maand 100% verlaging opgelegd vanwege het weggeven van een waardevolle auto.
Omdat eiseres met het toekenningsbesluit het gewenste resultaat heeft bereikt en geen bezwaar heeft gemaakt tegen dat besluit, oordeelt de rechtbank dat er geen procesbelang meer bestaat bij het beroep tegen de eerdere afwijzing. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en behandelt zij de zaak niet inhoudelijk. Eiseres krijgt geen griffierecht of proceskosten vergoed.
Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om binnen zes weken hoger beroep in te stellen bij de Centrale Raad van Beroep, met informatie over de procedure en de mogelijkheid tot het vragen van een voorlopige voorziening.