De rechtbank Rotterdam behandelde op 26 juni 2025 een zaak betreffende de verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige en de verdeling van zorg- en opvoedingstaken. De gecertificeerde instelling (GI) verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling met negen maanden, terwijl de moeder een ruimere zorgregeling wilde en de schriftelijke aanwijzing van de GI wilde laten vervallen.
De kinderrechter erkende de stiefmoeder als belanghebbende vanwege haar nauwe betrokkenheid bij de opvoeding van de minderjarige, die sinds december 2023 bij de vader en stiefmoeder woont. De ondertoezichtstelling werd verlengd omdat de minderjarige een belast verleden heeft, last heeft van trauma's en na begeleide bezoekmomenten met de moeder extreem gedrag vertoont, waaronder nachtmerries en incontinentie.
De rechtbank oordeelde dat de ouders nog niet zelfstandig de bedreigde ontwikkeling van de minderjarige kunnen wegnemen en dat de betrokkenheid van de jeugdbeschermer noodzakelijk blijft. De moeder werd niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot vervallen verklaring van de schriftelijke aanwijzing, omdat deze termijn was verstreken en de hoofdverblijfplaats bij de vader is vastgesteld.
Ten slotte werd het verzoek tot vaststelling van een zorgregeling afgewezen vanwege het extreme gedrag van de minderjarige en de lopende betrokkenheid van de GI en hulpverleningsinstanties. De rechtbank benadrukte het belang van voortzetting van begeleide videobel- en bezoekmomenten en verdere behandeling bij Yulius.