ECLI:NL:RBROT:2025:8343
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaalde aanvraag Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Eiseres heeft meerdere malen een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering, welke telkens zijn afgewezen door het UWV. De laatste aanvraag betrof een herhaalde aanvraag waarop het UWV het verzoek om herziening heeft afgewezen op grond van artikel 4:6, tweede lid, van de Awb, omdat geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren vastgesteld.
Tijdens de beroepsprocedure heeft eiseres aanvullende medische stukken ingediend, waaronder een rapport van een GZ-psycholoog waarin een autismespectrumstoornis wordt vastgesteld. De rechtbank heeft deze stukken echter buiten beschouwing gelaten, omdat zij pas in de beroepsfase zijn ingediend en niet in het primaire besluit konden worden meegenomen.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerde dat de nieuwe informatie niet ziet op de voor de Wajong relevante periode en dat er geen sprake is van een Amber-situatie. De rechtbank oordeelde dat het UWV terecht heeft geoordeeld dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn en dat het bestreden besluit niet evident onredelijk is.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De rechtbank adviseert eiseres een nieuw herzieningsverzoek in te dienen indien zij de nieuwe stukken wil laten beoordelen.
De uitspraak is gedaan door rechter S.M. Goossens op 11 juli 2025.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar herhaalde Wajong-aanvraag is ongegrond verklaard.