ECLI:NL:RBROT:2025:8850
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank oordeelt dat onroerende zaak hoofdzakelijk als woning dient voor OZB-tarief
Eiser betwistte de aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) opgelegd door de heffingsambtenaar van het Samenwerkingsverband Lansingerland, omdat het verkeerde tarief werd toegepast. De heffingsambtenaar had het tarief voor niet-woningen gehanteerd, terwijl eiser stelde dat het tarief voor woningen van toepassing moest zijn.
De onroerende zaak bestaat uit een woning, aanbouw, schuur en grond. Eiser gebruikte de schuur niet meer voor bedrijfsdoeleinden, maar als opslag en privéparkeerplaats. De rechtbank concludeerde dat alle delen van de onroerende zaak ofwel als woongedeelte moesten worden aangemerkt, dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden. De bedrijfsbestemming van het perceel woog niet zwaarder dan de feitelijke gebruikssituatie.
Omdat het beroep gegrond werd verklaard, vernietigde de rechtbank de eerdere uitspraak op bezwaar en de aanslag OZB. De aanslag werd herzien naar het lagere tarief voor woningen, wat resulteerde in een aanslag van € 796,-. Tevens werd het griffierecht aan eiser vergoed.
Uitkomst: De aanslag OZB wordt verminderd en het woningentarief wordt toegepast, resulterend in een aanslag van € 796,-.