ECLI:NL:RBROT:2025:9103
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Veroordeling college Rotterdam in proceskosten na intrekking voorlopige voorziening bij bijstandsopschorting
Verzoekster maakte bezwaar tegen de opschorting van haar bijstandsuitkering door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, omdat zij niet tijdig had gereageerd op een verzoek om nadere stukken. Zij vroeg een voorlopige voorziening aan om de opschorting te stoppen.
Het college hief de opschorting op met een nieuw besluit en kende verzoekster een vergoeding van proceskosten toe in de bezwaarprocedure. Naar aanleiding hiervan trok verzoekster haar verzoek om voorlopige voorziening in en verzocht het college te veroordelen in de gemaakte proceskosten.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het college met het opheffen van de opschorting aan het verzoek van verzoekster was tegemoetgekomen. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een uitzondering op deze regel rechtvaardigden. Daarom werd het verzoek om proceskostenveroordeling toegewezen.
De proceskosten werden vastgesteld op €907, de waarde van één proceshandeling van de gemachtigde van verzoekster. Daarnaast wees de voorzieningenrechter erop dat het college het betaalde griffierecht van €53 kan vergoeden.
De uitspraak werd gedaan zonder zitting en is onherroepelijk; hoger beroep of verzet is niet mogelijk.
Uitkomst: Het college wordt veroordeeld tot betaling van €907 aan verzoekster in proceskosten na intrekking van de voorlopige voorziening.