Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
16 juli 2025
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster bevindt zich in een problematische schuldensituatie en heeft een verzoek ingediend tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De rechtbank heeft dit verzoek behandeld en beoordeeld of aan de voorwaarden voor toelating is voldaan, waaronder de eis dat verzoekster te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden en dat zij zal voldoen aan de verplichtingen van de WSNP.
De rechtbank stelt vast dat verzoekster aan alle toelatingseisen voldoet en wijst het verzoek tot toelating toe. Tevens is er een verzoek gedaan om de ingangsdatum van de WSNP eerder te laten ingaan dan de datum van het vonnis. De rechtbank beoordeelt dat verzoekster gedurende het voorafgaande schuldhulpverleningstraject aan de inspanningsverplichting heeft voldaan door fulltime te werken, ondanks dat beslag op haar inkomsten is gelegd door schuldeisers.
De rechtbank volgt de jurisprudentie van de Hoge Raad en oordeelt dat het beslag niet aan verzoekster kan worden toegerekend, waardoor dit geen belemmering vormt voor het vaststellen van een eerdere ingangsdatum. De ingangsdatum wordt daarom vastgesteld op 8 januari 2025, de dag waarop de schuldhulpverleningsovereenkomst is ondertekend. De rechtbank benoemt een bewindvoerder en een rechter-commissaris en legt de voorwaarden van de regeling vast.
Uitkomst: Verzoekster wordt toegelaten tot de WSNP met een ingangsdatum van 8 januari 2025.