ECLI:NL:RBROT:2025:9191
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting woning op grond van artikel 13b Opiumwet
De burgemeester heeft op 3 juli 2025 besloten de woning van verzoeker te sluiten voor drie maanden op grond van artikel 13b van de Opiumwet vanwege aantreffen van handelshoeveelheden harddrugs en middelen die duiden op drugshandel. Verzoeker maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening om de sluiting uit te stellen tot zes weken na bezwaarbeslissing.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting, omdat in de woning grote hoeveelheden harddrugs (13,9 gram MDMA en 22,9 gram cocaïne) en diverse voorwerpen voor drugshandel zijn aangetroffen. De grens van 0,5 gram als handelshoeveelheid wordt niet als gedateerd beschouwd. Verzoeker heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de drugs voor eigen gebruik waren.
De noodzaak tot sluiting is aanwezig geacht, mede vanwege de ernst van de situatie, de MMA-melding en de ligging van de woning in een kwetsbare wijk. De voorzieningenrechter acht de sluiting niet onevenwichtig, ondanks de persoonlijke omstandigheden van verzoeker. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wordt afgewezen en de burgemeester mag de woning drie maanden sluiten.