ECLI:NL:RBROT:2025:9549
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen aanslag leges omgevingsvergunning wegens ontbreken belanghebbende
Eiser heeft beroep ingesteld tegen een aanslag leges omgevingsvergunning opgelegd aan de gemachtigde van eiser. De rechtbank oordeelt dat eiser geen belanghebbende is zoals bedoeld in artikel 26a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, omdat de aanslag niet aan hem is opgelegd en hij ook niet de belasting op aangifte heeft voldaan.
De rechtbank stelt vast dat het beroep daarom niet-ontvankelijk is en dat eiser ook geen bezwaar heeft gemaakt, wat volgens artikel 7:1 Awb Pro vereist is. Tevens is geen reden om eiser ambtshalve te betrekken in de procedure van de gemachtigde.
Eiser heeft een verzoek tot immateriële schadevergoeding ingediend wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank concludeert dat de overschrijding van de redelijke termijn deels aan de rechtbank toe te rekenen is en kent eiser een vergoeding van € 500,- toe. Daarnaast worden proceskosten voor het verzoek tot schadevergoeding toegewezen.
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk, wijst het griffierecht af en veroordeelt de Staat tot betaling van de schadevergoeding en proceskosten. Vergoeding van verletkosten wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag leges omgevingsvergunning is niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser geen belanghebbende is, met toekenning van een schadevergoeding van € 500,- voor overschrijding van de redelijke termijn.