Eiseres, eigenaar van een winkelpand in Spijkenisse, betwistte de vastgestelde WOZ-waarde van € 961.000,- door de heffingsambtenaar van de gemeente Nissewaard. Na een ongegrond verklaring van het bezwaar door de heffingsambtenaar, stelde eiseres beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank constateerde dat de gemachtigde van eiseres in meerdere zaken steeds dezelfde algemene en onsamenhangende stukken indient, zonder relevante onderbouwing, wat de goede procesorde schaadt. Dit bemoeilijkt de voorbereiding en beoordeling van de zaak aanzienlijk. Bovendien werden relevante argumenten pas tijdens de mondelinge behandeling aangedragen, wat eveneens strijdig is met de procesorde.
De heffingsambtenaar had de WOZ-waarde onderbouwd met de huurwaardekapitalisatiemethode en de vergelijkingsmethode, en had in de uitspraak op bezwaar adequaat op de bezwaren gereageerd. De rechtbank vond geen reden om het beroep gegrond te verklaren.
Hoewel de redelijke termijn voor de procedure met vijf maanden was overschreden, was het financiële belang van eiseres te gering voor een schadevergoeding. De rechtbank wees het verzoek om schadevergoeding af en veroordeelde eiseres niet in de proceskosten.