ECLI:NL:RBROT:2025:9563
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde woning in Arkel
Eiser betwistte de door de heffingsambtenaar van de gemeente Molenlanden vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning in Arkel, gesteld op € 401.000,- per waardepeildatum 1 januari 2022. Hij stelde dat de waarde te hoog was en dat de juiste waarde maximaal € 371.000,- zou moeten zijn. De rechtbank beoordeelde het beroep op basis van de ingediende beroepsgronden en de onderbouwing van de heffingsambtenaar.
De heffingsambtenaar had de waarde bepaald via een systematische vergelijking met vergelijkbare woningen in Arkel, waarbij de verschillen in kenmerken zoals type, bouwperiode en uitstraling voldoende waren toegelicht. De rechtbank vond dat de heffingsambtenaar aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld. Argumenten van eiser over vergelijkingsobjecten die niet meer werden gebruikt in het bezwaarproces werden buiten beschouwing gelaten.
Daarnaast stelde eiser dat het motiveringsbeginsel was geschonden omdat de uitspraak op bezwaar onvoldoende gemotiveerd zou zijn. De rechtbank oordeelde echter dat de heffingsambtenaar puntsgewijs op alle bezwaargronden was ingegaan en dat er geen sprake was van een onvoldoende motivatie. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, de WOZ-waarde bleef ongewijzigd en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 401.000,- wordt ongegrond verklaard.