ECLI:NL:RBROT:2025:9879
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toekenning bijstandsuitkering na intrekking voorlopige voorziening en proceskostenveroordeling
Verzoekster had bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een bijstandsuitkering door het college van burgemeester en wethouders van Nissewaard. Zij verzocht om een voorlopige voorziening om het besluit van 12 mei 2025 te schorsen. Tijdens de procedure keerde het college alsnog de bijstandsuitkering toe met ingang van 30 april 2025, waarop verzoekster haar verzoek om voorlopige voorziening introk.
Naar aanleiding van de intrekking vroeg verzoekster de voorzieningenrechter het college te veroordelen in de proceskosten. De voorzieningenrechter overwoog dat het college met het nieuwe besluit aan verzoekster was tegemoetgekomen, wat een reden vormt om proceskosten toe te wijzen. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een uitzondering rechtvaardigden.
De proceskosten werden vastgesteld op €907,-, gebaseerd op één proceshandeling door de gemachtigde van verzoekster. Daarnaast wees de voorzieningenrechter erop dat het college het betaalde griffierecht van €53,- kan vergoeden. De uitspraak werd zonder zitting gedaan en is onherroepelijk.
Uitkomst: Het college wordt veroordeeld tot betaling van €907,- aan proceskosten na toekenning van de bijstandsuitkering en intrekking van de voorlopige voorziening.