Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 17 februari 2025, met bijlagen;
- de rolbeslissing van 19 juni 2025;
- de akte van [eiseres] van 3 juli 2025, met bijlagen;
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak vordert eiseres betaling van een huurachterstand en herstelkosten van de huurwoning, alsmede de proceskosten. Gedaagde is verstek verleend omdat hij niet is verschenen.
De huurovereenkomst bevatte een huurprijswijzigingsbeding met een jaarlijkse indexering op basis van de consumentenprijsindex plus een opslag van 5%. De kantonrechter oordeelt dat deze opslag onredelijk hoog is en niet voldoende is onderbouwd door eiseres, waardoor het opslagbeding wordt vernietigd. Hierdoor wordt de huurachterstand lager vastgesteld dan in de dagvaarding vermeld.
De herstelkosten van €3.570,16 worden toegewezen omdat gedaagde dit niet betwist. Daarnaast worden incassokosten van €542,08 en rente over de huurachterstand en herstelkosten vanaf 1 oktober 2023 toegewezen. De proceskosten van €1.180,68 worden eveneens aan eiseres toegekend. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €9.044,92 inclusief rente, incassokosten en proceskosten; het opslagbeding wordt vernietigd.