Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 februari 2026 in de zaak tussen
[eiseres], uit Rotterdam, eiseres
de minister van Financiën, de minister
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
“voorlopig bezwaarschrift cq. verzoek tot herziening”, is het verzoek tot herziening in het bezwaarschrift in het geheel niet toegelicht. Ook is in het “petitum” van het bezwaarschrift niet om herziening verzocht. Verder is in het aanvullend bezwaarschrift van 18 april 2024 niets terug te vinden over een verzoek om herziening. De minister hoefde het bezwaarschrift van 15 maart 2023 daarom naar het oordeel van de rechtbank niet (tevens) op te vatten als een herzieningsverzoek. [2]