ECLI:NL:RBROT:2026:1163
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Herstelvonnis met correctie bewezenverklaring en vrijspraak in strafzaak
Op 23 januari 2026 sprak de rechtbank Rotterdam een vonnis uit tegen verdachte, waarbij na de uitspraak een onmiddellijk kenbare fout in het dictum werd geconstateerd. Deze fout betrof het niet expliciet opnemen van de bewezenverklaring van de feiten 1, 2, 3 meer subsidiair en 4 primair, en de vrijspraak van feit 3 primair en subsidiair.
De rechtbank heeft deze fout hersteld door het dictum aan te passen: de bewezenverklaring is nu duidelijk geformuleerd en de vrijspraak van feit 3 primair en subsidiair is expliciet opgenomen. Dit herstelvonnis is op 27 januari 2026 gewezen door de meervoudige kamer voor strafzaken.
De beslissing draagt er zorg voor dat het vonnis juridisch correct en volledig is, waarbij de griffier is opgedragen deze beslissing aan het origineel van het vonnis te hechten. Hiermee is de procedure afgerond met een correcte vaststelling van bewezenverklaringen en vrijspraak.
Uitkomst: Het dictum van het vonnis is hersteld met een expliciete bewezenverklaring van feiten 1, 2, 3 meer subsidiair en 4 primair en vrijspraak van feit 3 primair en subsidiair.