Verzoeker heeft een schuldregeling aangeboden aan zijn schuldeisers, waarbij een percentage van 2,19% aan preferente en 1,09% aan concurrente schuldeisers wordt betaald. Zes van de zeven schuldeisers gingen hiermee akkoord, maar Lek en Waard Wonen, met een vordering van 21,1% van de totale schuldenlast, weigerde in te stemmen omdat zij volledige betaling eist.
De rechtbank overweegt dat het iedere schuldeiser vrij staat volledige betaling te verlangen, maar dat de weigering van Lek en Waard Wonen moet worden getoetst aan de redelijkheid, waarbij belangen van verzoeker en andere schuldeisers worden meegewogen. De regeling is getoetst door een onafhankelijke partij en is het uiterste wat verzoeker kan bieden, die onder beschermingsbewind staat en actief solliciteert.
De rechtbank concludeert dat de belangen van verzoeker en de meerderheid van schuldeisers zwaarder wegen dan die van Lek en Waard Wonen. Daarom beveelt de rechtbank Lek en Waard Wonen om in te stemmen met de schuldregeling en wijst het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling af. De kosten van de procedure worden aan Lek en Waard Wonen opgelegd.