ECLI:NL:RBROT:2026:1337

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
30 januari 2026
Publicatiedatum
12 februari 2026
Zaaknummer
C/10/713863 / JE RK 26-151
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.1.2 Jw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging gesloten jeugdhulp voor minderjarige wegens ernstige opvoedingsproblemen

De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West verzocht om een machtiging voor gesloten jeugdhulp voor een minderjarige, die kampt met ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen. Eerdere plaatsingen in open settings en thuis bij de moeder zijn niet succesvol gebleken, mede door suïcidaal en agressief gedrag en het gebruik van weglopen als copingmechanisme.

De kinderrechter hield een zitting met gesloten deuren waarbij de minderjarige, zijn advocaat, de moeder en vertegenwoordigers van de GI aanwezig waren. De minderjarige gaf aan bezorgd te zijn over de sfeer en het verlies van zelfstandigheid in de gesloten setting, maar erkende ook de noodzaak van hulp.

De kinderrechter oordeelde dat gesloten jeugdhulp noodzakelijk is om de veiligheid van de minderjarige te waarborgen en verdere ontwikkeling mogelijk te maken. De machtiging wordt verleend voor de duur van de ondertoezichtstelling tot 11 april 2026, met het doel toe te werken naar een open en zelfstandige situatie zodra dat verantwoord is.

De beslissing werd op 30 januari 2026 genomen en in het openbaar uitgesproken. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk binnen drie maanden na uitspraak of betekening.

Uitkomst: De kinderrechter verleent een machtiging tot gesloten jeugdhulp voor de minderjarige tot 11 april 2026 vanwege ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen en veiligheidsrisico's.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/713863 / JE RK 26-151
Datum uitspraak: 30 januari 2026
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west,
gevestigd in Dordrecht, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] ,
advocaat: mr. T.S. Kessel, kantoorhoudende in Rotterdam.
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] .

1.Het (verdere) verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- de beschikking van 27 januari 2026 en de daaraan ten grondslag liggende stukken.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 30 januari 2026. Daarbij waren aanwezig:
  • [voornaam minderjarige] , met zijn advocaat;
  • de moeder;
  • een tweetal vertegenwoordigers van de GI, [persoon A] en [persoon B] .
1.3.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft hierover, samen met zijn advocaat, voorafgaand aan de zitting een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] verblijft bij Schakenbosch.
2.3. Bij beschikking van 25 maart 2025 is de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 11 april 2026.
2.4. Bij beschikking van 27 januari 2026 is een spoedmachtiging tot gesloten jeugdhulp van [voornaam minderjarige] verleend voor de duur van vier weken, met ingang van 27 januari 2026 tot 24 februari 2026. De behandeling van het verzoek is voor het overig verzochte aangehouden tot deze zitting.

3.Het (aangehouden) verzoek

3.1.
De GI heeft verzocht een spoedmachtiging tot gesloten jeugdhulp van [voornaam minderjarige] te verlenen voor de duur van vier weken, met aansluitend een machtiging tot gesloten jeugdhulp van [voornaam minderjarige] te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling, te weten tot 11 april 2026. Bij beschikking van 27 januari 2026 is reeds beslist over een periode van vier weken. Nu resteert een beslissing over de periode tot 11 april 2026.
3.2.
De GI handhaaft op de zitting het resterende deel van het verzoek. De GI is al lange tijd betrokken bij [voornaam minderjarige] . In de afgelopen jaren is herhaaldelijk geprobeerd hem te plaatsen in een open setting of bij de moeder, maar deze plaatsingen zijn telkens vastgelopen. Hoewel [voornaam minderjarige] goed kan verwoorden wat hij nodig heeft en gemotiveerd is, lukt het hem onvoldoende om deze motivatie vast te houden. Hij valt regelmatig terug in oude patronen. [voornaam minderjarige] gebruikt weglopen als copingmechanisme bij spanningen. Daarnaast heeft hij moeite met het accepteren van gezag en het naleven van afspraken. Er bestaan zorgen over diverse risico’s, waaronder eerder medicatiegebruik en meerdere pogingen tot zelfdoding. In een open setting kan zijn veiligheid momenteel niet voldoende worden gewaarborgd. Meerdere hulpverleners zijn betrokken bij zijn begeleiding, waaronder het expertteam en Yulius. Er wordt gewerkt aan behandeling en het aanleren van alternatieve copingvaardigheden. Daarnaast wordt gezocht naar een passende vervolgplek, zoals Groot Emaus of de Koraalgroep. De gesloten plaatsing is bedoeld als tijdelijk middel en zal niet langer duren dan noodzakelijk. Het uiteindelijke doel blijft om toe te werken naar zelfstandigheid voor [voornaam minderjarige] .

4.De standpunten

4.1.
De moederbrengt op de zitting naar voren dat zij trots is op [voornaam minderjarige] en veel van hem houdt. De moeder zou [voornaam minderjarige] graag thuis willen laten wonen, maar kan op dit moment zijn veiligheid niet garanderen. Daarom begrijpt de moeder dat een behandelplek nodig is. Deze plek dient veilig en passend voor [voornaam minderjarige] te zijn.
4.2.
Door en namens [voornaam minderjarige]wordt op de zitting primair verzocht het resterende deel van het verzoek van de GI af te wijzen. Subsidiair wordt verzocht om slechts een zo kort mogelijke periode toe te wijzen, zodat kan worden onderzocht of er alternatieven buiten een gesloten setting mogelijk zijn. [voornaam minderjarige] begrijpt dat er zorgen zijn over zijn situatie, maar is het niet eens met de gesloten plaatsing. Hij maakt zich zorgen over de sfeer bij Schakenbosch en vreest dat hij daar wordt meegetrokken in negativiteit. Daarnaast twijfelt hij of het behandeltraject daar bij hem past en of hij daar voldoende stappen kan zetten. Verder ervaart [voornaam minderjarige] dat hij binnen de gesloten groep zijn vrijheid en zelfstandigheid verliest. Zijn telefoon is ingenomen. Muziek en zijn telefoon zijn voor hem belangrijke middelen om met spanning om te gaan. Het ontbreken hiervan zorgt ervoor dat hij zich onrustig voelt. [voornaam minderjarige] wil in de komende periode toewerken naar zelfstandigheid, een baan en een eigen woning. Hij wil liever bij de moeder wonen, tijdelijk bij vrienden verblijven of op een open plek worden geplaatst.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [voornaam minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die hij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
[voornaam minderjarige] is op 27 januari 2026 met spoed geplaatst op een gesloten groep bij Schakenbosch. Hij heeft helaas veel moeten meemaken, een zwaar en turbulent verleden en kampt met suïcidaal en agressief gedrag. Eerdere plaatsingen in een open setting zijn niet succesvol gebleken. Ook thuis wonen bij de moeder is niet haalbaar gebleken. [voornaam minderjarige] heeft moeite om afspraken na te komen en raakt regelmatig in situaties die zijn veiligheid in gevaar brengen. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter gezien dat [voornaam minderjarige] een slimme en goed voorbereide jongen is, met humor en veerkracht, ondanks alles wat hij heeft meegemaakt. Hiervoor spreekt de kinderrechter waardering uit. De GI heeft ter zitting toegelicht dat de veiligheid van [voornaam minderjarige] in een open setting momenteel niet kan worden gewaarborgd. Ook de moeder heeft verklaard dat zij [voornaam minderjarige] op dit moment niet de benodigde veiligheid kan bieden. Daarnaast heeft de onafhankelijk gedragswetenschapper geconcludeerd dat gesloten jeugdhulp in het belang van [voornaam minderjarige] en zijn veiligheid op dit moment nog noodzakelijk is voor de duur van de huidige ondertoezichtstelling.
5.3.
Gelet op deze omstandigheden is de kinderrechter van oordeel dat de verzochte gesloten jeugdhulp op dit moment nodig is. De kinderrechter begrijpt dat [voornaam minderjarige] liever geen gesloten plaatsing wil en dat hij sterk verlangt naar zelfstandigheid. Deze wens wordt serieus genomen. Tegelijkertijd is echter eerst stabiliteit en passende behandeling nodig om verdere ontwikkeling mogelijk te maken. De gesloten plaatsing is bedoeld als tijdelijk middel om hieraan te werken. Zodra een veilige en passende open plek mogelijk is, dient de geslotenheid uiteraard te worden beëindigd. Van de GI wordt verwacht dat zij hier actief naar blijft zoeken. De kinderrechter verwacht daarbij ook inzet van [voornaam minderjarige] zelf. De focus moet liggen op zijn toekomst. Het gaat nu om rust, veiligheid en zijn verdere ontwikkeling. Hoe meer [voornaam minderjarige] laat zien dat hij afspraken kan nakomen en meewerkt aan zijn behandeling, hoe sneller een volgende stap richting zelfstandigheid mogelijk wordt. De kinderrechter gunt [voornaam minderjarige] dat zeer.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verleent een machtiging om [voornaam minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp, met ingang van 30 januari 2026 tot 11 april 2026.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 30 januari 2026 door mr. M.P.G. Rietbergen, kinderrechter, in aanwezigheid van A.L.I. Janssens als griffier, en op schrift gesteld op 10 februari 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet (Jw).