ECLI:NL:RBROT:2026:1341
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake inzage persoonsgegevens bij AP
Verzoeker heeft bij de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) een verzoek ingediend om openbaarmaking van documenten over het beleid en de praktijk van contractverlenging binnen de AP, waaronder interne communicatie over zijn eigen dienstverband en de rol van de bedrijfsarts. De AP heeft dit verzoek deels afgewezen en geweigerd bepaalde documenten te verstrekken, met het argument dat deze vertrouwelijk zijn of niet bestaan.
Verzoeker stelde dat het achterhouden van documenten zijn positie in een lopende civiele procedure schaadt, mede door een situatie van bewijsnood en schending van het gelijkheidsbeginsel ('Equality of Arms'). Hij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening die de AP zou verplichten tot volledige inzage, inclusief interne e-mails en audit trails.
De voorzieningenrechter oordeelt dat een voorlopige voorziening alleen kan worden toegekend bij een spoedeisend belang, dat hier ontbreekt. Het inzagerecht op grond van artikel 15 AVG Pro geeft recht op persoonsgegevens, maar niet op onderliggende documenten waarin deze persoonsgegevens voorkomen. Verzoeker kan zich wenden tot de civiele rechter voor een oordeel over de volledigheid van het dossier.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door mr. M.V. van Baaren op 12 februari 2026.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang en het niet verplicht zijn van de AP tot verstrekking van onderliggende documenten.